Lees verder
Kansen voor de circulaire economie oppakken, dat is het idee achter ACCEZ, een nieuw kennisprogramma van de provincie Zuid-Holland in samenwerking met bedrijfsleven en universiteiten. In een aantal ‘transitieopgaven’, waaronder 'Groene Hart Circulair', brengen onderzoekers samen met de relevante praktijkpartners kansen én knelpunten in kaart. Dat is van groot belang, vindt Wim Lexmond van groenrecycler Wagro. “Als we echt willen innoveren en een circulaire economie willen creëren, dan moet er echt iets veranderen.”
Harm Ikink

Hoe zorgen we dat we afval in de provincie kunnen gebruiken als grondstof? Wie zijn de regionale netwerkpartners als je volledig circulair wil bouwen? En wat betekent dat voor je businessmodel? Dat zijn de vragen waarop ACCEZ een antwoord gaat geven. De provincie investeert 5 miljoen euro in het programma dat voluit ‘Accelerating Circular Economy Zuid-Holland’ heet. “Het gaat barrières slechten en kennis opleveren over de circulaire economie”, zegt ACCEZ directeur Judith Schueler. “Samen met wetenschappers en met bedrijven die werk maken van de circulaire economie gaan we kennis ontwikkelen die we direct toetsen in de dagelijkse praktijk. We brengen de kansen en knelpunten in beeld die we vervolgens kunnen oppakken – bijvoorbeeld voor vernieuwend beleid. De versnelling van de circulaire economie is kennisintensief en vraagt om een langjarige, programmatische samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Zo willen we tot een blijvende verandering komen in de manier waarop we omgaan met grondstoffen, energie en producten.”

Van afval naar product

De focus ligt in ACCEZ op een aantal ‘transitieopgaven’ rond de circulaire economie in een cluster of gebied. Daarvan zijn er inmiddels twee bekend. De eerste betreft voormalig industrieterrein “De Binckhorst” in het centrum van Den Haag, waar verschillende partijen een circulair woon- en werkgebied creëren. De andere ligt in het Groene Hart, waar verschillende bedrijven actief zijn in het benutten van organische reststromen. Topsurf Nederland produceert bijvoorbeeld een grondverbeteraar uit schoon baggerslib, groenafval en restproducten van waterleidingbedrijven. Die kan de bodemdaling tegengaan en de nutriëntenhuishouding van de bodem verbeteren. Maar in de toepassing heeft het bedrijf te maken met wet- en regelgeving die nog niet helemaal is ingericht op het benutten van afvalproducten. Ook de Waddinxveense Groenrecycling, kortweg Wagro, loopt daar tegenaan, vertelt algemeen directeur Wim Lexmond. “Wij kunnen uit plantenmateriaal allerlei producten maken die een biobased, circulaire economie mogelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan producten voor de voedingsmiddelenindustrie, of chemicaliën voor de farmaceutische of cosmetische industrie. Zo maken wij van afval weer producten. Als we die willen verkopen, moeten we aan allerlei definities en kwaliteitscriteria van onze afnemers voldoen. Dat is op zich al heel ingewikkeld. Dan is het wel jammer dat de overheid er niet mee uit de voeten kan en zo’n product om allerlei redenen óók als afvalstof bestempelt. Dat moet echt anders als we echt willen innoveren en een circulaire economie willen creëren.”

Regelgeving

Dat is precies wat ACCEZ beoogt, zegt Roelof Kooistra, projectleider van de transitieopgave Groene Hart Circulair. “De problematiek zoals in de cases rond Topsurf en Wagro wordt door meerdere partijen ervaren. Het gaat er ons niet om individuele cases vlot te trekken, maar om kennis te ontwikkelen en aan de hand daarvan aanbevelingen te doen die in den brede deze problematiek helpen oplossen.” Hij stelt dat het daarbij weinig zin heeft om in te steken op verandering van regelgeving, want die komt grotendeels uit Brussel. “Maar wat er wel kan veranderen is wat je het ‘gedoe’ met en tussen overheden zou kunnen noemen. De circulaire economie is nieuw en ingewikkeld en raakt aan belangrijke verantwoordelijkheden – het gaat ook over voedselveiligheid bijvoorbeeld. En er zijn allerlei partijen betrokken: provincie, gemeenten, omgevingsdiensten. Wat je dan krijgt is dat mensen een afwachtende houding aannemen en zich aan de veilige kant van de problematiek opstellen. In dit onderzoek willen we inzichtelijk maken hoe de besluitvorming rond het gebruik van reststoffen zich voltrekt, en aanbevelingen doen hoe dat veel beter zou kunnen gaan.” 

Commitment

De ACCEZ-studies die de kansen en knelpunten in kaart brengen staan onder leiding van prof. Koos Biesmeijer, hoogleraar Natuurlijk Kapitaal bij het Centrum voor Milieuwetenschappen (CML) van de Universiteit Leiden. Biesmeijer: “Iedereen heeft andere agenda’s en andere expertises en de kunst is om respectvol daarmee om te gaan. Wij als onderzoekers kunnen heel goed vragen stellen en oplossingen bedenken. Maar wij weten niet hoe een bedrijf werkt, dat weten de economische partijen. En de provincie weet heel goed hoe het beleid werkt. Alleen maar door dat samen aan te pakken, van meet af aan, kom je op goede oplossingen”.

Of de aanbevelingen daadwerkelijk worden geïmplementeerd zal afhangen van het commitment bij de betroken partijen. En dat is er, zegt Kooistra: “Bij de provincie zeker, dat is precies waarom ACCEZ bestaat. Maar er zijn natuurlijk veel partijen die een rol spelen, daarvan moeten we afwachten hoe die zullen reageren. Wel betrekken we die partijen intensief bij het onderzoek, zodat zij gemakkelijk mee kunnen gaan met de aanbevelingen.” Wat Wim Lexmond betreft is er al heel wat gewonnen als de ondernemers in de circulaire economie als verantwoordelijke burgers worden beschouwd. “Het stoort mij wel eens dat men denkt dat het bij ondernemers, ook die in de circulaire economie, alleen maar om het geld gaat. Ik hoop dat ACCEZ ook laat zien dat het bij ons wel degelijk om de inhoud gaat, en dat we onze verantwoordelijkheid weten te nemen.”  

Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Biobased Delta.

ACCEZ Transitieopgave Groene Hart