Lees verder
IST Green Chemicals heeft vergevorderde plannen voor een fabriek in het Zeeuwse Terneuzen, waar uit suikerbieten bio-ethanol en chemicaliën wordt gemaakt. Die kunnen dienstdoen als biobrandstof, maar ook als feedstock voor groene chemische bouwstenen. Tijdens een webinar op 25 maart, georganiseerd door DSD-moederbedrijf IST Green Chemicals en het Landelijk praktijkcentrum voor duurzame energie en groene grondstoffen ACRRES, (onderdeel WUR) werd daar uitgebreid bij stilgestaan.
Pierre Gielen

Ethanol maken uit gefermenteerde suikers is niet nieuw, maar de manier waarop dit in Zeeland wordt aangepakt is dat wel: snel, energiezuinig, met een opbrengst van bijna 90% en nauwelijks CO2-uitstoot. Biobased én circulair. Dankzij het door DSD en ACRRES ontwikkelde Betaprocess is het namelijk niet nodig om eerst melasse of suiker uit de bieten te halen. Door ze te vermalen en in een vacuümkamer te brengen, exploderen de celwanden, waardoor de suiker direct vrijkomt en de pulp met gist rechtstreeks het fermentatievat in kan. Het gehele proces duurt slechts twee dagen.

Meer en sneller

Cees van Loon (IST): “Het is een efficiënt proces met 35% lagere kosten dan de traditionele route om ethanol te maken uit sucrose. Bovendien is het 100% circulair: alle reststromen worden ook verwaard. Het water uit de bieten kan weer terug naar de akker en de residue kan naar de vergister.” Hans van Klink (eveneens IST) voegt toe: “We kunnen de ethanol gebruiken voor bio-brandstof of omzetten naar ethyleen/ethyleenoxide”.

De eerste stap moet echter nog worden gezet: een demonstratiefabriek op de Axelse Vlakte. Hier hoopt IST vanaf 2024 uiteindelijk 70 miljoen liter ethanol per jaar te kunnen produceren uit 2.000 ton suikerbieten per dag. Die zullen voornamelijk uit Zeeuws-Vlaanderen komen, maar deels ook vanuit België. Het businessplan toont aan dat een bioraffinaderij van deze grootte rendabel kan zijn. Chris de Visser (ACRRES): “Het is veel efficiënter en duurzamer om het ‘kleinschalig’ te doen. Dat vermindert de transportbewegingen en maakt het ook gemakkelijker om synergie te creëren met andere partijen in de omgeving.”

Voor de eerste fabriek staat er bijvoorbeeld samenwerking op het verlanglijstje met Victor Goes Green. Die kan duurzame stoom leveren, Volt H2 kan groene stroom leveren, de Sustainable Fuel Plant kan de resterende pulp omzetten in biogas/groengas en de CO2-reststromen verhandelen. Sagro en Harthoorn/Verhulst kunnen grond, die van de bieten overblijft, verwaarden en het restwater kan naar de omliggende boerderijen en tuinders. Een ideale kringloop, zo lijkt het. Van Klink: “Je zou de bietenboeren zelfs tot aandeelhouder van de fabriek kunnen maken. Hiermee bieden we ze een nieuw verdienmodel aan.”

Willem Sederel (voorzitter Circular Biobased Delta) herkent hierin een uniek kenmerk van de circulaire en biobased economie: “Er ontstaan volkomen nieuwe waardeketens, doordat er slimme combinaties mogelijk zijn met andere spelers. Ook daar zit een deel van de innovatie.”

Leefbaarheid

Dat beaamt Europarlementariër Franc Bogovic. Hij stelt vast dat het duurzaamheidsdebat in Brussel veelal eenzijdig over natuurbehoud en technologie gaat. “We moeten niet vergeten dat duurzaamheid ook een sociale en een economische component heeft. Daar is vaak te weinig aandacht voor.”

Werkgelegenheid, een goed inkomen voor de boeren en daarmee de leefbaarheid van het platteland zijn thema’s die onlosmakelijk zijn verbonden met de ontwikkeling van de bioeconomie. Waarbij er in dit geval geen sprake is van de verdringing van voedselgewassen door de teelt voor brandstof en chemie. “De akkerbouw biedt genoeg ruimte in de bouwplannen om suikerbieten voor de chemie te telen, door de verandering van het Europese suikerregime en de maatschappelijke problematiek rondom suikerconsumptie”, zegt duurzaamheidseconoom Herman Wijffels. Hij ziet suikerbieten dan ook als een uitstekende kandidaat om biogrondstof voor de chemie te leveren. “Naar mijn idee zijn de omstandigheden hiervoor in Zeeland heel gunstig. Daar is een aanzienlijke basis van chemische bedrijven aanwezig en zijn de omstandigheden om suikerbieten te telen de allerbeste in de wereld. Ik denk overigens dat het niet voor de hand liggend is om de gemaakte bioethanol te gebruiken voor bioenergie. We moeten streven naar een zo hoog mogelijke verwaarding.”

Jo-Annes de Bat (gedeputeerde van Zeeland) nam tijdens het webinar een positief rapport over bioethanol in ontvangst, gemaakt in het kader van het subsidieprogramma Zeeland in Stroomversnelling. Hij concludeert dat de kans om de chemie te vergroenen nu heel snel dichterbij komt. “Een fabriek om ethanol te winnen uit suikerbieten zoals die op de Axelse Vlakte komt, neemt ook anderen mee in de transitie en helpt de regionale werkgelegenheid te versterken.”

Sugar Delta

Suiker is een biogrondstof die volop is te vinden in de Deltaregio. De boeren in Zuidwest-Nederland produceren al meer dan 100 jaar miljoenen tonnen suikerbieten met een ongeëvenaard hoge opbrengst. Dat is de reden waarom hier grote suikerfabrieken zijn neergestreken, zoals Cosun Beet Company (voorheen Suiker Unie) in Dinteloord en relatief dichtbij ook Tiense Suiker, in het Belgische Tienen. Cargill in Bergen op Zoom en Sas van Gent haalt de suiker dan weer uit tarwe.

“We hebben in de regio in totaal 3 miljoen ton suiker ter beschikking in de vorm van sucrose en glucose”, zegt Marcel van Berkel, projectleider van Sugar Delta, één van de speerpuntprojecten onder het thema Biofeedstock van Circular Biobased Delta. Die suiker is niet alleen geschikt voor het gebruik in voeding en (fris)dranken, maar vormt ook een eersteklas feedstock voor de productie van chemische bouwstenen, polymeren en amino- en organische zuren, zoals citroenzuur of melkzuur.

“De doelstelling van Sugar Delta is partijen in de regio te laten landen die nieuwe producten van die suiker kunnen maken. Er is namelijk een overschot en daar ligt dus een kans om te diversifiëren en wat anders met die suikers te doen dan ze alleen gebruiken in voeding of dranken.”

Dat gebeurt in de Deltaregio al volop, in pilot- en demonstratieprojecten zoals het hierboven besproken Betaprocess van IST, de Biorefinery (PLA uit suiker) en Biogate (ethyleenoxide uit suiker, via ethanol).

Deze drie initiatieven trekken ook de aandacht in de recent gepubliceerde Routekaart van Circular Biobased Delta. Daarin analyseert CE-Delft de bijdrage van specifieke projecten aan CO2-reductie in de Deltaregio. Maar er zijn ook kansen om buitenlandse bedrijven binnen te halen. Daar is Van Berkel volop mee bezig, samen met de business developers en acquisition managers van de ontwikkelingsmaatschappijen Impuls Zeeland, BOM en REWIN in Brabant en Innovation Quarter in Zuid-Holland. “Momenteel werken we aan vijf of zes projecten, waarvan er één vergevorderd is. Het is nu te pril om daarmee nu in meer detail naar buiten te treden, maar we horen er later dit jaar zeker meer over.”

Chinezen

Van Berkel verwacht dat de inspanningen van Sugar Delta in de nabije toekomst vooral ook zullen worden gericht op de productie van aminozuren en organische zuren uit suiker, bijvoorbeeld citroenzuur. “Op dit gebied hebben we in Europa momenteel een handelstekort; jaarlijks importeert Europa in totaal ongeveer 200.000 ton, voornamelijk uit China. Daarom kijken we hoe we Chinese partijen kunnen interesseren in het bouwen van een fabriek in de Deltaregio. In het kader hiervan onderhouden we contacten met de Chinese Association of Fermentation Products en hebben we ook deelgenomen aan handelsmissies en bedrijfsbezoeken in China, al is dat door corona in deze tijd wat lastiger.”

Een vestiging in de Deltaregio is voor buitenlandse bedrijven interessant omdat de kostprijs van suiker hier wereldwijd tot de laagste behoord, dankzij de zeer hoge opbrengst per hectare. Ook de sterke focus op de bioeconomie, de goede infrastructuur, de stabiele energiesystemen en het gunstige business- en innovatieklimaat, met vele mogelijkheden voor financiering, belastingvoordelen en subsidies, maken vestiging in de Deltaregio aantrekkelijk. “We zitten hier kortom in een ecosysteem dat gunstig is voor vestiging van buitenlandse chemiebedrijven en dragen de biobased economie een warm hart toe. Bedrijven nemen dat mee in de overweging om hier een vestiging te openen.”

Beeld bovenaan: DedovStock/Shutterstock