Lees verder
Bioraffinage is de manier om maximale waarde uit biogrondstoffen te halen en daarmee de business case voor biobased productie sluitend te maken. De technologie heeft het potentieel om een grote bijdrage te leveren aan CO2-reductie, bleek onlangs uit de CO2-roadmap van Circular Biobased Delta (CBBD). In een CBBD-netwerkbijeenkomst op 6 juli wordt daarop gefocust en komen ook concrete projecten uit de Deltaregio aan bod.
Pierre Gielen

Raffinage is een meer dan 150 jaar oude technologie waarbij aardolie wordt uitgesplitst in verschillende fracties, van bitumen tot LPG. Dat is ook bij bioraffinage de essentie: het gaat om cascadering van de grondstof tot meerdere producten met verschillende toepassingen, zodat er niets verloren gaat. Dat maakt het proces efficiënt en helpt om de business case sluitend te maken.

Het veronderstelt wel dat er voor alle fracties afkomstig uit de bioraffinage afnemers en dus waardevolle toepassingen zijn. Joop Groen, lid van het V-Team van CBBD: “Het betekent dat het niet alleen gaat om nieuwe omzettingstechnologie. De producten veranderen en daarvoor zijn ook nieuwe waardeketens nodig.”

Betere producten

Biobased producten kúnnen identiek zijn aan hun fossiele tegenhangers en als zogeheten ‘drop-in’ worden gebruikt in een bestaand chemisch proces. Dat lijkt een voordeel, maar komt er op neer dat er alleen op prijs wordt geconcurreerd. “We streven er natuurlijk eerst naar om betere producten te maken, met unieke eigenschappen en daardoor een hogere waarde”, zegt Groen. “Het betekent wel dat je nieuwe ketens, partijen en toepassingen nodig hebt, met alle risico’s en onzekerheden van dien. Het voordeel is dan wel dat je ook een echt nieuw product kunt aanbieden met verbeterde eigenschappen, zoals de bio-aromaten van Relement voor coatings en lignine vanuit houtige biomassa voor asfalt om fossiele bitumen te vervangen, zoals we doen in het CHAPLIN programma van CBBD.”

CHAPLIN laat ook duidelijk zien welke rol CBBD kan spelen in de promotie van bioraffinage: het brengt partijen bij elkaar om netwerken te creëren, consortia te vormen en projecten te versnellen. “Zonder samenwerking gaat het niet lukken”, bevestigt ook Marilia Foukaraki, projectleider R&D Biobased van Cosun Beet Company en spreker tijdens de bijeenkomst van 6 juli. “Daarom zoeken we ook bij Cosun Beet Company de samenwerking met andere bedrijven uit de keten. Zo werken we al jaren samen met het groene chemiebedrijf Avantium en beogen we nog dit jaar een joint venture te starten. Het doel is uiteindelijk gezamenlijk te investeren in een commerciële fabriek voor de productie van glycolen, die in 2025 operationeel moet zijn.”

Avantium produceert glycolen uit suikers, waarvoor wereldwijd een enorme afzetmarkt is: monoethyleenglycol (MEG) wordt gebruikt in polyester verpakkingen en in de textielindustrie. monopropyleenglycol (MPG) wordt gebruikt in de-icing vloeistoffen voor vliegtuigen en in harsen voor zonnepanelen en windturbines.

“Cosun Beet Company levert daarvoor de biogrondstoffen, namelijk de bietensuikers. Dat doen we vanuit een sterk geoptimaliseerde en volledig circulaire toeleveringsketen. Uit de suikerbieten halen we op een duurzame manier en zeer grote opbrengst aan suiker. Het is een ideale, makkelijk te bewerken feedstock voor de productie van chemicaliën. Zo maken we ethanol, specialty chemicals en bioplastics. En van onze reststromen maken we veevoer en groen gas.” Je zou dus kunnen zeggen dat Cosun Beet Company de oudste bioraffinaderij van Nederland is, met meer dan 100 jaar ervaring en een niet aflatende honger naar innovatie.

Verduurzaming van de chemie

Een relatieve nieuwkomer onder de bioraffinaderijen is Biondoil. Het zet houtresiduen om in industriële C5 en C6 suikers, vloeibare biogene CO2 met een zuiverheid van 98%, furfural, azijnzuur en een grote hoeveelheid lignine. Ivar Knopper, CEO van Biondoil en ook spreker op 6 juli: “Wij houden de biogrondstoffen binnen het systeem door ze te verwaarden in plaats van ze te verbranden. Dat soort slagen moet wel gemaakt worden, omdat de eindklanten van de chemiesector een enorme verduurzaming eisen. Wij praten nu bijvoorbeeld ook met grote bandenproducenten, fabrikanten van schuim en partijen in de verpakkingsmarkt. Er is dus vraag vanuit de markt en er is niet zo heel veel nodig om bioraffinage commercieel interessant te maken. Het enige wat we missen is een benchmark.”

Dat is natuurlijk de vloek van alle nieuwe technologie. Toch zal er binnenkort een eerste fabriek verrijzen, waarschijnlijk in Antwerpen. “Daar hebben we een plot toegewezen gekregen in het NextGen District, zodat we kunnen aansluiten bij de vernieuwende chemische industrie. Ik acht de kans groot dat vrij snel daarna een vestiging in Amsterdam volgt.”

Knopper stelt er de kanttekening bij dat het bouwen van fabrieken in Nederland zeker niet vanzelfsprekend is, ondanks de roep om meer in eigen land te produceren. “We zijn in Nederland slecht in het realiseren van duurzame manufacturing. Dat komt vooral door een gebrek aan lef en leiderschap vanuit de Nederlandse overheid. Zo blijven we hangen in oeverloze biomassa-discussies die niet helpen. De gesprekken zouden meer moeten gaan over mogelijkheden, in plaats van belemmeringen. Dat kunnen ze in België veel beter.”

En de toekomst van bioraffinage? Het zou kunnen dat er uiteindelijk vele kleinschalige bioraffinaderijen verrijzen in onderontwikkelde gebieden met veel biomassa. Ze stimuleren de economie en bieden hoogwaardige werkgelegenheid en voorzieningen aan de plaatselijke bevolking. De Europese Commissie zet daar ook op in. Zo ver is het echter nog lang niet. “Ik weet niet of ik dat nog zal gaan meemaken”, zegt Knopper.

Inschrijven voor de netwerkbijeenkomst over Bioraffinage is nog mogelijk, via de website van CBBD. Deelname is kosteloos. Zie de agenda voor meer informatie.

Beeld bovenaan: Red ivory/Shutterstock